Josha Zwaan, Parnassia

12 december 2011

Binnen één jaar na publicatie 25.000 exemplaren verkopen van je roman. Josha Zwaan (1963) overkwam het met haar Parnassia. Opmerkelijk, want Zwaan is een debutant en nog onbekend bij het grote publiek. Van onzichtbaar naar in no time succesvol. Hoe deed ze dat?

Parnassia vertelt over een geschiedenis die bij velen onbekend is: veel Joodse kinderen werden in de Tweede Wereldoorlog door christelijke gezinnen opgevangen en dienden hun afkomst te vergeten voor hun eigen veiligheid. De kinderen die de oorlog overleefden werden veelal niet teruggegeven aan hun familie, dat was beter voor hen, vonden christelijke instanties. Het leverde uiterst pijnlijke situaties op aan de kant van de Joodse families – die al zoveel doorstaan hadden. Sommige kinderen wilden zelf niet meer terug naar huis. Zwaan zoomt in op het verhaal van één van hen en brengt een geschiedenis terug in herinnering.

Welke verwachtingen had je van je debuut?
Niet veel, wel goede hoop. Ik ben in mijn beleving altijd schrijver geweest, maar het kwam er nooit van om dat handen en voeten te geven. Een eerder manuscript stuurde ik aan acht uitgeverijen. Ze zeiden allemaal nee. Toen ik met het herschrijven daarvan bezig was, drong dit verhaal zich aan me op. Ik wist: dit is iets. En ik voelde dat wanneer dit uitgegeven werd, het door veel mensen gelezen zou worden. Dat was mijn missie ook; het boek heeft ook een educatieve waarde. Het wordt zelfs op middelbare scholen op lijsten gezet, omdat veel jongeren geen weet meer hebben van de holocaust.
Mensen van mijn eigen generatie vinden troost bij het boek, ze putten er moed uit en vinden er erkenning in: zo ingewikkeld is het om te leven met zo’n geheim. Honderden reacties heb ik gekregen, zowel mondeling als schriftelijk. Lezers zeggen dankzij mijn boek te begrijpen hoe zoiets als kindermishandeling kan ontstaan.

Kindermishandeling is een groot thema in het verhaal, maar niet het enige. Je beschrijft ook hoe een vrouw die geen kinderen wenst te krijgen, ze toch krijgt, en hoe ze daarmee worstelt.
Ik vind het zelf een psychologische roman, gebaseerd op historische feiten. Die feiten kloppen allemaal. En het is ook een roman over een emancipatieproces. De hoofdpersoon, een vrouw, leeft in een tijd waarin het voor meisjes niet gebruikelijk was te studeren. Ik beschrijf ook de gevoelens van de kinderen zelf, en wat het met iemand kan doen als hij zijn afkomst moet verloochenen.

Wat me opviel, is dat er relatief weinig aandacht in de pers is geweest voor je roman. Slechts vijf kranten en bladen hebben er aandacht aan besteed met een bespreking of interview. Verder niemand.
Nog steeds vind ik het vreemd dat de pers niet reageert op het feit dat er na de oorlog strijd is geweest om de Joodse kinderen. Er is één onderzoek naar gedaan, en er zijn wat kleine publicaties verschenen. Het is een onderwerp waarvan weinig mensen weten. In christelijke kringen schamen ze zich nu wel voor de houding van destijds: dat ze dachten dat het beter was die kinderen hun wortels te ontnemen. Maar het is ook begrijpelijk, iederéén dacht zo. In die kringen vinden ze het boek een enorme aanrader. En ook vanuit Joodse kringen wordt positief gereageerd, maar ook heel voorzichtig; het is zo’n kwetsbaar onderwerp.

Je volgde een schrijfopleiding aan de Schrijversvakschool. Schreef je daar Parnassia, onder begeleiding van docenten?
Het eerste concept was al klaar toen ik aan de opleiding begon. Je moet daar toegelaten worden en een deel van de tekst heb ik als werk ingeleverd. Ik werd toegelaten tot het tweede jaar. In totaal heb ik twee jaar aan het boek gewerkt, maar nooit materiaal in de les laten bespreken. Vóór de Schrijversvakschool volgde ik een cursus verhalen schrijven bij ScriptPlus. Daarna een cursus Romanschrijven op de Schrijversvakschool en toen twee jaar de opleiding van dezelfde school.
In al die jaren heb ik geleerd het schrijven als ambacht te zien. En heb ik discipline ontwikkeld om te produceren. Het heeft me veel gebracht: waar je op moet letten, hoe je karakters vormt, hoe je spanning opbouwt. De opleiding heb ik niet afgemaakt, ik vond het niet nodig er nog langer te blijven. Ik zou anderen zeker aanraden schrijfonderwijs te volgen. De Schrijversvakschool heeft veel te bieden maar niet voor iedereen. Het is jammer dat er hier op de universiteiten geen creative writing gegeven wordt – iets wat in het buitenland heel gewoon is.

Een manuscript onder de aandacht van een uitgever brengen is geen sinecure. Hoe heb je dat aangepakt?
Het Literair agentschap Sebes & Van Gelderen adviseerde me het naar hen op te sturen. Ze zeiden dat ze het verhaal te compact vonden, je kreeg de kans niet om adem te halen. Toen heb ik het uit elkaar getrokken, beter uitgewerkt, herschreven. Er hebben acht mensen meegelezen: bekenden en onbekenden, zowel Joods als niet-Joods. Zóveel meelezers, dat zou ik niet meer doen. Ik ben nu zelf veel beter in staat naar mijn eigen stukken te kijken.
De nieuwe versie stuurde ik naar een andere uitgeverij omdat ik het in hun fonds vond passen. Maar die uitgeverij had inhoudelijke aanmerkingen, ze vonden het boek niet goed genoeg. Toen heb ik Artemis & co een proposal gestuurd. In januari 2010 werd ik uitgenodigd voor een gesprek en in juni stond het boek al aangekondigd in de prospectus. Later zei mijn uitgeefster dat ze dat nog nooit hadden meegemaakt: in januari kennismaken met een auteur, en het boek datzelfde jaar in oktober al in de winkel.

Wie bedacht de titel?
Ik had zelf drie titels bedacht. Eén ervan was Parnassia. De uitgeverij vond het een goede titel. Parnassia roept veel vragen op: wat is het? Een van de andere titels was Dezelfde zee. Zoals de titel van de tussenhoofdstukken.

Persoonlijk had ik dat een betere optie gevonden dan Parnassia, wat mij hermetisch in de oren klinkt.
Dat hebben meer lezers gezegd. Zelf vind ik Parnassia nog steeds heel mooi. Het coverbeeld is grotendeels door de uitgeverij bepaald, al had ik daar wel enige inspraak in. Artemis heeft een eigen beeldstijl. Ik kon daaraan toevoegen dat ik ‘iets’ met de zee wilde, of iets met de drie generaties uit het boek, of met een klein meisje. Het omslag van de eerste editie sprong eruit. Lezers zeggen tegen me: “Het is een mooi plaatje maar er zijn veel van dit soort covers.” Dus hij springt er voor de lezer toch niet uit. Het omslag van de midprice-editie is opvallender.
Eén boekhandelaar vond de gewone editie een erg fout omslag hebben, omdat het door dat beeld een ‘vrouwenboekuiterlijk’ zou hebben. Terwijl Parnassia echt geen vrouwenboek is. Ik gaf laatst een lezing aan een groep van dertig mannen, van een soort Rotaryclub. Die waren allemaal erg geboeid door deze roman.

Wat is – naast het verhaal op zich – verder nog cruciaal geweest voor het succes van deze roman, denk je?
Ik zie hoe afhankelijk je bent van marketing. Maar ook de kracht van de lezer is groot; de buurvrouw vertelt het aan een vriendin, mensen geven het boek aan anderen door – dat mailen ze me ook. Mond-tot-mondreclame heeft een grote rol gespeeld.

Daarnaast heb ik zelf een enorm netwerk. Ik heb aan al die mensen een mail gestuurd waarin ik het boek aankondigde; verschillende mails, met verschillende teksten. Ik ken ben freelancer, sta bij veel bureaus ingeschreven als coach en procesbegeleider. Zo zijn er veel zaadjes gezaaid door heel Nederland. Dat moet geholpen hebben. Als je een baan op één plek hebt, kun je minder profiteren van dat effect.
Wat ik ook doe, is leesgroepen bezoeken. Met de deelnemers uitgebreid over het boek praten. Dat ik daarvoor beschikbaar was heb ik ook rondgeroepen en aangekondigd op mijn site. De deelnemers van die leesclubs zijn ook weer ambassadeurs geworden. Ik vraag hen ook letterlijk mij te helpen door reviews te schrijven.’

Intussen werk je aan een nieuwe roman.
Ik wil proberen het binnen twee jaar te publiceren. Maar de werkelijkheid is weerbarstig. Dat het weer een roman gebaseerd op historische feiten wordt, is zeker. Ik ben geboeid door wat historische gebeurtenissen gedaan hebben met individuele mensen. Ik verbind graag grote feiten met het kleine persoonlijke verhaal. En in dat persoonlijke kan ik mijn fantasie en inlevingsvermogen in alle vrijheid gebruiken.

Parnassia, Josha Zwaan | Uitgeverij Artemis & co

 

 

Nog geen reacties

Reageer