Euritmie – ‘Je wordt er rustig van’

8 januari 2009

Scholieren op Vrije Scholen krijgen een vak dat in het reguliere basis en voortgezet onderwijs onbekend is: euritmie. Deze antroposofische bewegingskunst staat tot en met het zestiende levensjaar verplicht op het lesrooster. Een leerling: ‘Ik haal er energie uit voor de rest van de lessen.’

‘Goed gaan staan, écht je rug voelen,’ zegt Dicky Dubbelman, euritmieleraar aan het Karel de Grote College in Nijmegen. Samen met klas 10d (15- en 16-jarigen, vwo) staat ze in een kring in de ruime zaal. Vandaag repeteren ze de schooluitvoering die over twee dagen plaatsvindt. Drie jongens en zes meiden staan rechtop, hun armen ontspannen langs het lichaam. Ze dragen zwarte en witte euritmieschoenen, een soort slappe turnschoenen met rubber zool.

De eerste oefening vindt in stilte plaats. De leerlingen buigen hun knieën en bewegen tegelijkertijd langzaam hun bovenlichaam rond naar voren; een inzinkende beweging. Daarna richten zij zich weer op en verplaatsen het gewicht naar voren en achteren op de voeten, als een rietstengel in de wind, zonder te verplaatsen of om te vallen. Dat doen ze drie keer.
Ook de tweede oefening behoeft geen uitleg. ‘Niet op je automatische piloot hè?’ waarschuwt Dubbelman nog even. Pianiste mevrouw Theunissen zet in. De groep loopt met langzame passen naar binnen en weer naar buiten, waardoor de kring krimpt en groeit, terwijl de cirkel een cirkel blijft. En dat is ook precies de bedoeling. Daarna gaat het met kruislingse passen linksom, de cirkel maakt een draaiende beweging. ‘De klinkers erbij,’ zegt Dubbelman. De groep volgt hetzelfde vloerpatroon als net, maar maakt er nu de armgebaren bij die horen bij de klanken A, E, I, O, U. De A, dat is een trechtervorm met twee armen boven het hoofd. De E is twee armen voor de romp gekruist, schuin naar beneden. ‘Probeer je handen in beweging te houden. De I is gestrekt,’ corrigeert Dubbelman. Ze doelt op de ármen die gestrekt moeten zijn, de ene recht omhoog, de andere recht omlaag, het gebaar voor de I-klank.

Na drie warming-up-oefeningen gaat Dubbelman achter een lessenaar staan waarop een vel papier ligt met een gedicht van Maria Vasalis:

Ster

Ik zag vanavond ineens een ster.
Hij stond alleen, hij trilde niet.
Ik was ineens van hem doordrongen,
ik zag een ster, hij stond alleen,
hij was van licht, hij leek zo jong en
van vóór verdriet.

(Uit: M. Vasalis, Vergezichten en gezichten)

De scholieren zullen dit gedicht in beweging zichtbaar maken voor het publiek. Deze vorm van euritmie heet woord-euritmie. De klas staat in denkbeeldige coulissen. ‘De opdracht is: jullie lopen de zeven- en de vijfster, en doen het gedicht, maar nog zonder gebaren. Dan kun je ondertussen luisteren: hoe was het ook alweer?’
De groep komt in een lange rij en met een wijde boog oplopen, en face naar het publiek, en eindigt in de uitgangspositie: een buitencirkel van zeven leerlingen, een binnencirkel van vijf. Althans: dat zou het moeten zijn. Vandaag ontbreken er drie scholieren.
Op het pianospel van mevrouw Theunissen verplaatsen de twee kringen zich tegelijkertijd, de lijnen van een denkbeeldige zeven- en vijfster volgend. Zonder te botsen. Logistiek voor vergevorderden.

Na het uitvoeren van de choreografie in afzonderlijke variaties, met en zonder muziek, met en zonder tekst, met en zonder gebaren, worden alle elementen samengevoegd. Het bewegen op de klanken van het gedicht volgt op het bewegen op de klanken van de muziek. Het oogt als een caleidoscoop, een effect dat straks versterkt wordt door de kleding: de binnenkring draagt zwart, de buitenkring wit. Na de eerste uitvoering van het geheel is Dubbelman nog niet tevreden. ‘Jullie komen prachtig op. Maar de helft loopt euritmisch en de andere helft loopt te bonken. Hou het licht! En als jullie de R maken, probeer hem dan ook echt van achter te halen, die lucht erbij nemen.’ De R, dat is een beweging van de armen van achter naar voren, als een golf in zee, waarmee het rollen van de R verbeeld wordt. ‘Zullen we het gewoon even helemaal doen en klaar? Denk aan kerstmis, het wordt steeds lichter buiten, dat gevoel moet je meenemen.’ Vijfenveertig minuten zijn voorbij, de volgende klas komt al weer binnen.

Op de Vrije School krijgen alle leerlingen alle creatieve vakkenhandvaardigheid, handwerken, tekenen, muziek, toneel en euritmie– tot en met de tiende klas in periodes van een half jaar aangeboden, twee keer per week. In de elfde en twaalfde klas dienen ze één vak daaruit te kiezen, dat vervolgens gedurende twee jaren iedere week op het programma staat.

Wat zijn de doelen van euritmie op school?
Dubbelman: ‘Een van de belangrijkste doelen is leerlingen leren met elkáár te bewegen. En voor leerlingen individueel: evenwicht brengen in de dag en in gevoelens. Rust geven als kinderen gestresst zijn. Of, als een kind juist té rustig is: het in beweging brengen. In het algemeen gaat het om bewustwording van je lijf maar ook om ruimtelijk inzicht krijgen, besef van links, rechts, boven, beneden. Achteruitlopen bijvoorbeeld, kan een normaal mens haast niet meer. Of zo’n ster: drukke kinderen lopen gewoon voorbij de punten, die hebben het gevoel voor grenzen niet, dat zie je dan letterlijk. In deze tijd van internet en video hoeven kinderen niet veel meer te doen als het om hun verbeelding gaat, ze maken hun eigen verhaal niet meer. Als je het over een dwerg in een sprookje hebt bijvoorbeeld, zien veel kinderen een Disney-dwerg voor zich. Ik hoop met euritmie te bereiken dat ze hun eigen beelden maken. Euritmie is ook ondersteunend voor andere vakken, zoals meetkunde (ruimtelijk inzicht), Nederlands (begrip en gevoel voor taal), muziek (maat- en ritmegevoel).

Marrit (een van de leerlingen) vertelde over euritmieën op popmuziek?
Dubbelman: ‘Er was een twaalfde klas die verschillende muziekstijlen wilde uitproberen, waaronder heavy metal. Ik ben een leraar waarbij veel geprobeerd mag worden. Maar je schrikt gewoon, als je die muziek zichtbaar maakt. Je krijgt hele mechanische bewegingen, dat zag de klas zelf ook. Ja, dat experiment is de geschiedenis ingegaan hier op school. Sowieso schroom ik niet om vernieuwende dingen te proberen. In de traditionele euritmie raak je elkaar bijvoorbeeld nooit aan. En je ligt niet op de vloer. Bij mij mag dat wel, als het maar vanuit de euritmische beweging komt.’

‘Euritmie op hardrock-muziek, dat wil ik ook wel!’

Marrit Rekers zit al vanaf de tweede klas basisschool (groep 4) op de Vrije School en krijgt sindsdien euritmie. ‘Vroeger vond ik het altijd stom en saai. Maar bij mevrouw Dubbelman is het wél leuk. Ze experimenteert veel. Een zevenster met een vijfster combineren bijvoorbeeld, zoals wij deden. Of Euritmieën op hardrockmuziek, dat heeft ze met een andere klas gedaan. Dat wil ik ook wel! We mogen soms zelf een gedicht meenemen. Dan krijgen we de opdracht te kijken welke klanken je daaruit het beste naar voren kunt brengen. Bij het woord alleen uit het gedicht van Vasalis bijvoorbeeld, moet het gebaar ook het gevoel alleen uitdrukken. Het mag geen omhelzend gebaar zijn.’

Wat leer je van euritmie?
‘Het brengt balans in je lichaam, het maakt je rustig. En je leert samenwerken, maar ook bij jezelf te blijven. Ik haal er energie uit voor de rest van de lessen.’

Welk creatief vak ga je volgend jaar kiezen?
‘Ik wil na de Vrije School graag naar het conservatorium voor klassieke zang. Dus muziek is een belangrijk vak. Maar euritmie vind ik ook heel leuk, en toneel! Het wordt een lastige keuze.’

‘Ritmisch ben ik beter geworden’

Jan Joosten is anderhalf jaar geleden van een regulier gymnasium overgestapt naar de Vrije School. ‘Euritmie was in het begin wel even wennen. Ik vond het grappig, ik dacht: wat is dit allemaal? Maar na een tijdje kom je er vanzelf in. Het is wel relaxed, zo’n euritmieles tussendoor. Je bent de hele dag druk bezig, en dan hoef je met euritmie even niet zo na te denken.’

Wat leer je ervan?
Poeh, jee. Ruimtelijk inzicht. En ritmisch ben ik wel wat beter geworden. Je komt ook tot rust.

Welk creatief vak ga je volgend jaar kiezen?
‘Weet ik nog niet. Eerst was het heel duidelijk tekenen. Bij euritmie denk ik: heb ik daar later nog iets aan? Maar het lijkt me wél leuk om euritmie te kiezen, juist omdat het iets anders is dan je kent. Als ik het voor het zeggen had, bleef ik alle kunstzinnige vakken gewoon houden.

Euritmie is als zingen

De bedenker van de bewegingskunst euritmie is Rudolf Steiner (1861-1925), die tevens de grondlegger van de antroposofie en het Vrije School onderwijs was. Steiner was van oorsprong geen danser of dansdocent. Wel filosoof en veelzijdig kunstenaar: schrijver van filosofische boeken, ontwerper van gebouwen, theater- en literatuurcriticus, toneelschrijver en dichter. Steiners vrouw Marie Steiner-von Sivers, actrice, heeft een belangrijke bijdrage geleverd aan de professionalisering van de euritmie als podiumkunst en als pedagogisch en therapeutisch medium. In haar eigen woorden: ‘Euritmiseren is: door bewegingen zingen. Het is een gezang. Het is geen dans, het is geen mimiek, het is zingen.’
Euritmie kent twee uitingsvormen: toon- en woord-euritmie.

Woord-euritmie

Kort gezegd (de lange versie is van boekformaat) is woord-euritmie het letterlijk zichtbaar maken van een gedicht of prozatekst in beweging. Daartoe ontwikkelde Steiner een euritmie-alfabet: bij elke letter – een klank – hoort een gebaar dat het karakter, de essentie, van die klank weergeeft. Die gebaren zijn ontstaan door waarnemingen die Steiner deed in de natuur en in de menselijke lichaamstaal. Zo heeft de I een oprichtend karakter, zoals in IK – denk aan het gebaar dat je maakt als je aandacht wilt krijgen, met je arm hoog in de lucht zwaaiend of één vinger in de lucht stekend.
Elke klank kent uitvoeringsvariaties: groot uitgevoerd of klein, met de armen of alleen de vingers, met de benen of een combinatie van armen en benen, afhankelijk van het karakter van het woord.
Een woord wordt niet verbeeld door het letterlijk te spellen, maar door de klanken te kiezen die het meest bij de essentie, de inhoud, van dat woord passen. Zo wordt HEM in het gedicht van Vasalis verbeeld door alleen de letter H.

Toon-euritmie

Toon-euritmie is het zichtbaar maken van aspecten van een muziekcompositie, zoals tonen, ritme, majeur, mineur, dissonantie, enz. Een dissonant bijvoorbeeld, is het tegen elkaar instrijken van twee tonen, en kan je euritmisch zichtbaar maken door mensen elkaar te laten kruisen in de ruimte.
In een euritmiechoreografie wordt gebruik gemaakt van grondpatronen, vormen in de ruimte waarop de euritmisten hun bewegingen uitvoeren. Deze patronen bestaan uit meerdere organische vormen: lemniscaten, cirkels en vijfpuntige sterren (een mens is óók een vijfhoek, met hoofd, armen en benen). In het gedicht Ster werd zelfs een zevenster als grondpatroon gebruikt.

Meer lezen?

Vorm en Beweging door Rudolf Steiner, Uitgeverij Christofoor
Bezield bewegen door Jelle van der Meulen en Willemijn Otte, Uitg. Vrij Geestesleven

 

Nog geen reacties

Reageer