De vraag die niemand stelde aan Stephen King

5 november 2013

Sommige boeken zijn jarenlang niet verkrijgbaar tot ze op een dag alsnog worden herdrukt. De eerste druk van Over leven en schrijven van Stephen King verscheen in 2000, kreeg een tweede druk, was daarna een tijd lang niet leverbaar tot het onlangs herdrukt werd door Luitingh-Sijthoff.

Ik ben geen King-lezer en juist daarom interesseerde mij zijn betoog over het schrijven. Over leven en schrijven is een minibiografie over hoogte- en dieptepunten uit Kings leven en welke invloed die hadden op zijn schrijfcarrière, en het is ook een college over lezen en schrijven, vooral over dat laatste. De oorspronkelijke titel luidt On writing, maar de Nederlandse titel is accurater want King geeft in zijn boek veel ruimte aan zijn grillige levensloop – hij werd opgevoed door zijn alleenstaande moeder, ging vriendschappen aan met drank en drugs en overleefde ternauwernood een ongeluk, om maar wat te noemen.

Keukentafelmonoloog

Ik schreef college maar ik denk dat King het comfortabeler had gevonden als ik het een keukentafelmonoloog had genoemd, want zo leest dit boek: je zit bij hem in de keuken en luistert wat hij over zijn vak vertelt. Dat doet hij zonder pretenties, met zelfinzicht en veel humor. In het tweede voorwoord schrijft hij:

‘Dit is een kort boek, omdat de meeste boeken over schrijven bol staan van de onzin. Romanschrijvers, ikzelf niet uitgezonderd, begrijpen niet erg veel van wat ze doen – niet waarom het werkt als het goed is, niet waarom het niet werkt als het slecht is. Ik dacht: hoe korter het boek, hoe minder onzin.’

Verfrissend, zo’n man die zichzelf niet te serieus neemt. De aanwezigheid van drie voorwoorden wekt wat argwaan over de belofte van beknoptheid, maar ach, we zitten hier aan een keukentafel en aan keukentafels spreek je niet beknopt.
Breedsprakigheid is iets wat schrijvende Amerikanen van nature sowieso goed lijkt af te gaan. Bij alle Amerikaanse non-fictie die ik las, heb ik, geloof ik, nog nooit een schrijver kunnen betrappen op bondigheid. Uitweiden waar het niet noodzakelijk is, rijkelijk veel anekdotes aanhalen, liefst uit het persoonlijke leven, en elke stelling met een voorbeeld presenteren – ze doen het graag. Bondige Amerikaanse fictieschrijvers zijn er wel, dat compenseert. Zou het een iets met het ander te maken kunnen hebben?

Gewichtigdoenerige klootzak

Als de meeste boeken over schrijven bol staan van de onzin, waarom dan dit boek? Die vraag stelde King zichzelf ook en het duurde langer dan een jaar voor hij er een antwoord op had gevonden. ‘Als ik zo aanmatigend was om mensen te vertellen hoe je moet schrijven, vond ik dat ik daarvoor een betere reden moest hebben dan mijn succes bij het grote publiek. Anders gezegd: ik wilde geen boek schrijven, zelfs niet een kort boek als dit, waardoor ik me een literaire windbuil of een gewichtigdoenerige klootzak zou voelen.’

De reden dat het boek er toch kwam, komt uit onverwachte hoek: desinteresse van lezers en journalisten over de taal in zijn boeken. ‘Ze vragen de DeLillo’s en de Updikes en de Styrons naar hun taalgebruik, maar populaire romanschrijvers niet. Toch maken velen van ons proleten zich ook druk om de taal, op onze eigen nederige manier, en maken we ons hartstochtelijk druk om de kunst en het ambacht van het verhalen schrijven.’

De toekomst van de roman

Inderdaad, Over leven en schrijven laat zien dat het onterecht was die taalvraag niet te stellen aan King. Hij heeft er veel over te vertellen, al richt hij zich in dit boek vooral tot beginnend schrijvers.
Het boek maakt ook meteen nieuwsgierig naar zijn visie op andere onderwerpen waar literaire veldwachters over mijmeren, zoals de toekomst van de roman. Hoe denkt King dat de roman kan overleven, op welke manier? Waarbij dan niet de verhaaldrager (papier of digitaal) onderwerp van gesprek is, maar het verhaal zelf.

Oek de Jong sprak zich erover uit in het onlangs gepubliceerde essay Wat alleen de roman kan zeggen.* Hij betoogt daarin ondermeer dat beknoptheid een stijlkenmerk met lange houdbaarheidsdatum is, al sinds Ovidius en anderen uit de Oudheid. Hoe beknopter er geschreven wordt hoe beter, want hoe langer houdbaar. Al merkt De Jong op dat Ovidius en collega’s in een tijd leefden waarin ‘het leven niet fundamenteel veranderde en eeuw na eeuw op dezelfde manier voortging.’ Dat droeg bij aan de overlevingskans van hun werk. Schrijvers van de Klassieke Oudheid streefden als vanzelfsprekend naar onsterfelijkheid, naar het schrijven van boeken die niet in de vergetelheid zouden raken. En wellicht krijg je dat perspectief, of die hoop, als schrijver vanzelf als de wereld om je heen decennium na decennium ongeveer hetzelfde blijft.

Zo’n wereld is nu nauwelijks meer voor te stellen. De Jong vraagt zich dan ook af of je het zou moeten willen in deze tijd, een roman schrijven die over honderd jaar nog gelezen wordt. En is het überhaupt mogelijk?
Het zijn actuele vragen, en hoe King dat allemaal ziet, en of hij met zijn thrillers naar onsterfelijke roem streeft, zou ik graag eens in een essay van zijn hand willen lezen.

Cover Over leven en schrijven

Over leven en schrijven – Stephen King
Luitingh-Sijthoff, € 14,95

* De bloggers van Een perfecte dag voor literatuur bespreken het essay 15 oktober 2013 op hun blog.

 

2 Reacties

  • Reply petepel 5 november 2013 at

    Via de lees-app Zite zie ik onder de rubriek ‘writing’ regelmatig Amerikaanse blogs/artikelen voorbij komen waar Stephen King zijn zegje mag doen, of waar volop geciteerd wordt uit On writing. Ik zal er eens op letten of er niet ingegaan wordt op die ‘niet gestelde vraag’.

    • Reply cathelijne 5 november 2013 at

      Dank voor de reminder, die app moet ik nog steeds downloaden. Benieuwd welke vragen hij zoal krijgt voorgelegd.

    Reageer