R. keek me met grote ogen aan en verslikte zich zowat in een hap brownie.
Ik herhaalde: ‘Ze gaan HEMA, de musical maken.’
Vriendin N. zat samen met R. tegenover me in een Amsterdams café. Zij is filosoof en danser, hij vertaler en muzikant. Aangezien N. (Amerikaanse, wonend in New York), al had kennisgemaakt met de fijne koopwaar van de typical Dutch HEMA, bracht ik het onderwerp maar eens ter sprake. R’s reactie was voorspelbaar, het nieuws over de nieuwe musical had ik al vaker in kunstenaarsgezelschap gebracht; steeds diezelfde verbaasde blik.
‘Tjesus,’ zei hij duidelijk afkeurend.
‘Are you kidding?’ vroeg N. lachend.
‘No kidding. Het heeft officieel in de Telegraaf gestaan,’ zei ik. En 1 april was het nog lang niet.
Even waren we stil en dronken onze chocolademelk met slagroom. Buiten vroor het.
Toen begonnen de raderen te draaien en brainstormden we wat; in cafés ontstaan de leukste ideeën, dat is bekend. Icesave, de musical, Kredietcrisis, de musical, Gazastrook, de musical. Zie je, materiaal voor theaterverhalen ligt voor het oprapen. Het hele leven, de musical.
En toch. Zo’n bizar idee is het nou ook weer niet. Het is hoogstens even wennen aan het nieuwe tijdperk dat is aangebroken. Een tijdperk waarin bedrijf en cultuur inniger gaan samenwerken. Want een HEMA-musical biedt tal van kansen. Financieel gezien wordt de HEMA uiteraard een dikke sponsor. En met sponsors mag je blij zijn. In ruil krijgt het warenhuis een cultureel imago. Beiden mogen zich verheugen op veel gratis aandacht in de media, nu al. Daar kun je als theatercompany alleen maar van dromen. Goeie deal dus.
Maar ook artistiek gezien is een warenhuis een prachtig decor voor toneelschrijvers: theaterverhalen zijn immers overal: in een militair kamp in Afghanistan (Kamp Holland, door Orkater), in een bunker (Adolf, door Pip Utton), in een oerwoud (Tarzan), dus waarom niet in een oer-Nederlands warenhuis?
Wie de producent is blijft nog een raadsel, hij houdt zich geheimzinnig stil. Ook wanneer de première zal zijn is onbekend.
Ik ben benieuwd, kom maar op, ik kan niet wachten.
Cathelijne Esser